Zoals reeds gemeld
in het kort historisch overzicht neemt de huidige zaakvoerder
Jef Cornelissen in 1980 het beleid van de Brouwerij Sint-Jozef
over. Net als zijn grootvader Jaak is hij “besmet”
met de echte brouwersmicrobe.
Hij is er zich terdege van bewust dat stilstaan achteruitgaan
is. Er moet dus geïnvesteerd worden in moderne machines,
technieken en gebouwen zonder evenwel te raken aan de aloude
brouwtraditie. Als eerste in de rij wordt een nieuwe flessen-afvullijn
aangekocht. Eenmaal deze goed en wel operationeel volgt in
twee fasen een volledig nieuwe gistruimte. Niet minder dan
9 cylindroconische tanks met elk een inhoud van 50.000 liter
worden rechtgezet. Tegelijkertijd met de gisting wordt ook
een nieuwe loods bijgebouwd.
In 2005 dringt er zich nog een zware investering op, de huidige brouwzaal wordt uitgebreid naar 5 koperen brouwketels. Mede door automatisering en een continue systeem verdubbelt de productiecapaciteit en zet de brouwerij weer een verdere stap in de toekomst.
Van de flessen over de gisting naar de vaten. Ook de oude
vatenlijn wordt vervangen door een volledig automatische nieuwe
lijn. In 1995 komt de lagering aan de beurt. Tweeëntwintig
nieuwe lagertanks worden in een gloednieuw volledig geklimatiseerd
gebouw geplaatst. En samen met de lagerruimte wordt ook de
filterafdeling gerenoveerd en mooi gehuisvest.
Naast deze grondige renovatie van uitrusting en machines neemt
de milieuzorg een belangrijk deel in van het investeringsplan.
Zo is de volledige afvalwaterstroom gescheiden. Het industrieel
afvalwater, het regenwater en het huishoudelijk afvalwater
worden in aparte kanalen afgevoerd. Verder werd er een groenscherm
geplaatst en wordt er alles aan gedaan om eventuele geur-
en geluidshinder te voorkomen. De brouwerij hecht er inderdaad
belang aan om als industrieel en ambachtelijk bedrijf gehuisvest
te zijn in de woonkern. Het moet mogelijk zijn om samen met
de inwoners een harmonieus geheel te vormen. Een brouwerij
bevindt zich volgens aloude traditie toch “in het dorp”.
|